Een verloren oorlog

We rommelen weer in een oorlog. Politici staan te dringen om onze vliegtuigen in te zetten. Als ware het speelgoed. Er voltrekt zich daar een flinke ramp, dat is buiten kijf. Toch twijfel ik. Als je de media mag geloven worden we overspoeld met jihadisten en is sprake van het ergste kwaad ooit. Even zijn we vergeten dat in WO2, het conflict tussen Hutu’s en Tutsi’s en de killing fields in Cambodja miljoenen mensen werden afgemaakt. Maar het is nu anders geworden. Media blazen vandaag de dag elke ramp op tot onmetelijke proporties. Waarschijnlijk om maar zoveel mogelijk lezers en kijkers te krijgen. Wat hoorden we toentertijd over de killing fields? Of de slag tussen de Hutu’s en Tutsi’s?

Ooit maakte de kleine George Bush de onvergetelijk fout in Irak een oorlog te beginnen. In onze naïeve arrogantie en  maakbaarheidsgedachte denken we in dat soort landen even ons democratisch en sociaal stelsel te kunnen implanteren. De inval leidde tot een reeks aan oorlogen en revoluties. Soms omarmden we zelfs revoluties. Als een spelletje mikado begon het hele zaakje te rollen. Het resultaat is dat de kop van Afrika één grote brandhaard is, er geen steen meer overeind staat en burgers zijn verspreid over talloze (permanente?) vluchtelingen kampen. Zoals het ooit verging met de Palestijnen.

Ik vrees dat het te laat is. Dit kwaad is niet in te dammen. In de afgelopen jaren hebben we/ze elkaar daar zoveel aangedaan en vernield dat haat gezaaid is voor millennia. Daar helpt geen luchtaanval tegen.
Twee grootmachten houden zich afzijdig; Rusland en China. Ze lezen ieder de les maar gaan door met hun eigen expansie. Rusland in de buurlanden en China in Afrika en Zuid Amerika. Lees bijvoorbeeld ‘China’s stille expansie’ van Juan Pablo Cardenal & Heriberto Araújo.

Onze strategie klopt niet. Maar we kunnen niet meer anders. We vechten een verloren oorlog.

Advertenties

Zeurpieten zijn het en schoften, een reactie

Natuurlijk vrij naar J.J. Voskuil, mijn held. “Gerard zit je nog altijd op facebook? Dat je daar de tijd voor hebt!”. Ik heb niet alleen mijn ambtenaarschap te verdedigen op verjaardagen. Tegenwoordig is ook mijn aanwezigheid op sociale media aan de orde. Ik heb zelfs een familielid die dit bijna eerst roept en me vervolgens pas groet.

Wat levert het me op en de eeuwige dooddoener tijd. Alsof alles wat je doet iets moet opleveren. Ik moet er in ieder geval niet aan denken. Alsof iedereen zijn tijd helemaal heeft vol gepland. Alsof met een glas in de hand staan te brallen aan de bar van de golfcourse over je laatste pars en de dikke 8, of hoe dat ook mag heten, wel een nuttige tijdbesteding is. Goed, ik ben een beetje verslaafd. Twitter, WordPress, Facebook, Waarbenjijnu, Klout, Yammer(s) en Ning is best veel.
Het kost me tijd. En ik heb zelfs dan nog tijd over om helemaal niets te doen. Zal ik wel niet hard werken zegt de 9to5 man vervolgens. Ja, ik werk ook nog eens best hard terwijl veel leeftijdgenoten al met vroegpensioen thuis zitten. Twitteren doe ik vaak op dooie momentjes, dus dat kost geen tijd. En schrijven vind ik heerlijk. Ik volg interessante mensen, kan mijn mening uiten en heb hartstikke leuke contacten met leuke mensen. Natuurlijk is een fysiek contact leuker dan digitaal. Maar maak je geen zorgen, ze zijn er allebei. Als ik zie hoe ik met B en K heb gecommuniceerd de afgelopen maanden in Zuid Amerika dan was dat dankzij de sociale media.

Dit is geen verantwoording maar sommigen moeten wel eens hun repertoire veranderen.
Na de algemeenheden over de ambtenaar is ook de sociale media een dooddoener.

Verrek, ze zijn verdwenen

De oogst van 2012

Het valt niet echt op maar ineens merk je het. Waar zijn de vakantieansichtkaarten gebleven? Waar is de tijd dat de klassieke toeristenbeelden keurig in een sliert aan de trap hingen. Weg! Toch is het raar want in de vakantieoorden staan de draaimolens met kaarten er nog steeds. Weliswaar met vergeelde beelden maar toch.

Het is toch nog niet zo lang geleden dat we met een stapel kaarten, een biertje en de adreslijst op een Frans terrasje zaten.  C de adressen en ik de verhaaltjes. C. en ik kwamen toch op aantallen van 30 per vakantie. En altijd weer die irritante toeristenwinkel die natuurlijk geen postzegels verkocht waardoor je weer op zoek moest naar een postkantoor. Dit jaar hebben we nog twee kaarten gehad van B. uit Zuid Amerika. Dat is het. Terwijl we in Portugal toch nog 6 kaarten hebben verzonden. Het bijzondere van het verdwijnen is wel dat ze niet vervangen zijn door een digitale versie. Ondanks het feit dat dit wel de vakantie was van de tablets, iedereen liep wel rond met zo’n ding, krijgen we geen digitale versie. Zo verdwijnt een stereotiepe gewoonte. De kaart waar we later de postzegels vanaf knipten of zorgvuldig afweekten. Voor de missie of voor onze eigen verzameling. Postzegels verzamelen, ook al weg.