Watercijfers

dig
Het vloeibare goud (foto CHG)

Water is het goud van de toekomst. De rivieren voeren steeds minder aan omdat de gletsjers verdwijnen. Daarnaast wordt het grondwater steeds giftiger als gevolg van giffen van de (AGRO)industrie die uitzakken. Wij, de Hoogertjes, zijn best zuinig, geen tuinsproeiers of autowassers. In 2003 zaten we aan onze top met 159m3 Maar toen waren we met vier). Het zuinigst was 2016 met 66 m3. En dit jaar gaan we richting 64 a 65 m3. Modelburgers toch?
Duurzaamheid is de wet van de grote getallen. Sinds kort vangen we het water in de douche op voor dat het warm is. Dat levert per keer drie liter op. Dat water gebruiken we voor het doorspoelen van de wc of besproeien van de planten in de zomer.
Besparing op jaar basis: 365 dagen x 3 liter x 2 personen = 2.190 liter ofwel 2,2 kuub.
Als alle Nederlanders dat zouden doen dan besparen we 7.900.000 huishoudens x 2.190 liter = ‭17.301.000.000‬ liter = 17.301.000 m3 = 37.610 zwembaden (25 meter bad).
Nu word ik pas echt vrolijk. Stel nu eens voor dat we één keer per dag de wc niet doortrekken. Dat levert de Hoogertjes op 365 dagen x 2 personen x 3 liter= 2,190 liter ofwel 2,2 kuub op.
Als alle 17 miljoen Nederlanders dat doen wordt dat 40.467 zwembaden in een jaar.
Zo, daar heb ik even 78.077 zwembaden per jaar binnen geharkt.
BINGO!!
Geld reken ik niet. In Nederland is het water immers nagenoeg gratis.
Maar stel je eens voor.
1 Dag niet rijden bijvoorbeeld op zondag.
1 Dag geen plastic.
1 Dag vegetarisch eten.
1 Dag 1 uur eerder naar bed
1 ……..

Hé (k)Wiebes doe eens wat!!

Overal sijpelt water

water water water
water water water

Overal sijpelt water. Van de bladeren aan de bomen en op de bladeren die de aarde bedekken met hun gouden laag. Maar ook in beekjes door het bos en langs de diepe sporen in de paden. Een paddenstoel valt om als ik er naar kijk. Mijn schoen zuigt zich vast in  dikke natte klei. Een wolk van motregen nadert snel en maakt alles om me heen tijdelijk grijs. Hij is ook zo weer weg. Het moet sompig ruiken. Zo herinner ik me dat van vroeger (sinds enige jaren ruik ik helaas niet meer).
De laatste bladeren rukken zich van de bomen, zwaar van hun waterlast. Vogels ritselen er tussendoor. Ik zie de blauwe flits van een ijsvogel. Het zijn de Ardennen zoals ik ze al jaren ken. Maar iedere keer weer voel ik me hier thuis.

 

 

De inspiratie voor de eerste zin heb ik natuurlijk van Lucebert.
overal zanikt bagger
zwachtelend rond de reuzelaarzen
waarin ik mijn tijd beklim (…)