Mijn wijk in 1964, klaar? over!

20170405_165035
Het is mijn eerste getuigschrift. Ondertekend door de hoofdcommissaris van de politie Hendrik Jan van der Molen en het hoofd van de school broeder Rosario. Later ging de hoofdcommissaris vies in de fout met de bouwvakkersoproer en werd hij eervol ontslagen in 1967. Ik ben lid van de schoolbrigade, verkeersbrigadier of wel klaar-over. Op het kruispunt Postjesweg en Hoofdweg in Amsterdam. Met mijn witte koppel om en mijn spiegelei loods ik menig schoolgenoot naar de overkant. Het spiegelei is ook een zwaard en met een tweegevecht haal ik mijn bovenlip open en 53 jaar later zit het litteken nog steeds onder mijn neus. Als het regent staan we in oversized witte lakjassen met zwarte biezen. Het natuurlijk leiderschap is er. Niemand waagt het om over te steken als ik niet met mijn rug naar de zebra, armen gespreid, en mijn gezicht naar de auto’s sta om ze door te laten als de Joden door de Rode Zee. Zij die zondigen mag ik aangeven bij de broeders.
Het is de periode van mijn eerste verliefdheid. Op de “meisjes zebra” staat het duo van de meisjesschool Heilige Monica. Een stevige blonde en een roodharige. Welke mijn voorkeur heeft is weggezakt in de tijd. Ik schat de roodharige want blond is nooit mijn voorkeur geweest. Er ontstaat een eerst romance. In de pauze smokkel ik briefjes naar de dameskant. Het hek dat de meisjes speelplaats omzoomde staat er nog steeds.
Op de oorkonde lees ik dat het ook een aansporing is om me in de toekomst te gedragen en in te spannen voor het bereiken van een grotere verkeersveiligheid. Gelukt. Ik ga nooit door rood en rijd nooit te hard. Het zat er al vroeg in.

Advertenties

Ouders zijn vreemde wezens

Klassieke brigadier
Klassieke brigadier

Vroeger lag de basisschool midden in de buurt. ’s Ochtends zag je, hoofdzakelijk, moeders gezellig kwebbelend met de kinderen in groepjes richting school slenteren. Of groepjes kinderen met elkaar. De kinderen die wat verder weg woonden kwamen zelfs al op de fiets. Alsof we uit alle hoeken en gaten op weg waren naar de ochtendmis.

Ik kan mij mijn jeugd herinneren dat wij samen met mijn oudere broer en zusje door de drukke Ferdinand Bolstraat in Amsterdam naar school wandelden. Druk, maar vreemd genoeg toch veilig. En bij gevaarlijke punten stonden stoere verkeerbrigadiers het verkeer te regelen. Dat waren dan jongens en meisje uit de hoogste klas. Ook ik ben ooit een trotse brigadier geweest. Koppel en spiegelei en bij regen een witte lakjas.

Tegenwoordig is alles anders geworden. Maar één ding is helaas hetzelfde gebleven namelijk de plek van de school in de buurt: centraal.

De groepjes zijn verdwenen. Nu staan er lange files van SUV’s en andere auto’s in tankformaat bij ons in de straten naar de school. Kinderen worden per auto naar de school gebracht. Voor een deel ook omdat de hippe ouders liefst hun kind uit hun sociale omgeving halen om ze op een school elders te plaatsen die vrij is of op Montessorie en Daltonleest is gestoeld. Goed voor de ouders slecht voor het kind.
Fietsen en wandelen in de zone rond de school staat gelijk aan een uitnodiging sturen aan Pieter van Vollenhoven. Wie maken het onveilig? Juist, de ouders zelf. In hun haast om de kinderen te droppen en naar het werk te racen scheuren ze door de straten en is er rond de school een ware oorlogszone ontstaan. Auto’s verdringen elkaar op de schaarse parkeerplaatsen of worden op de stoep gezet. Het ene kind dat nog te voet komt scharrelt tussen de huizenhoge auto’s door. Wat is het toch dat mensen zich zo vreemd gedragen?

Ziek
Ziek

De hedendaagse ouders kopen wel rare poppetjes die ze langs de straat voor hun deur zetten. Opletten geblazen. Want hard rijden op hun eigen woonerf is gevaarlijk voor de kindertjes. Desnoods starten ze een actie. Maar als de blik op het werk is gericht en zelf de heilige koe is beklommen verdwijnen ineens alle remmingen.
Ik weet de oplossing. Scholen horen niet meer in de buurt maar aan de randen van de stad. Dan wordt het eindelijk weer veilig en rustig in de buurt voor de kinderen die daar wonen. Geen afwerkplaatsen meer langs de snelwegen maar kinderdroppunten.