Het landje, mijn landje

20171020_152730_1508506131956
Bos en Lommer door Dolf Kruger

Hij is er nog, de lange tunnel onder de Cornelis Lelylaan in Amsterdam. Struinend door het groen probeer ik ruim 50 jaar terug te gaan. Maar ik kan de ingang niet meer vinden. Ooit ben ik er doorheen gevaren op mijn vlot. Best link, want ik sta niet bekend als een geoefend zwemmer. Ik zak zelfs een keer voor mijn zwemdiploma en verder dan A ben ik niet gekomen. Maar ik ben er nog steeds. Ergens in de tunnel staat mijn naam. Met modder op de wand geschreven. Ooit zullen wetenschappers deze 60er jaren tekening proberen te duiden.  Als ik niet voetbal op het pleintje zit ik op ‘het landje’. Hutten bouwen, slootje springen, vuurtje steken en stekelbaarsjes en dikkopjes  vangen. Deze staan tot hun dood in een wekfles in het keukenraam. Het landje is een opgespoten gebied tussen Oud-West en Nieuw-West. Een wildernis van wilgen met daar doorheen paadjes en waterplaatsen. Het gebied waar Nieuw-West vocht met Oud-West. Nu is het het Rembrandtpark. Het is ons domein. Bea en ik gingen ’s ochtend vroeg naar het landje om de kindermis te ontlopen. Het landje is anarchie, alles mag en toezicht is afwezig. Anders dan nu. Als tegenwoordig een kind naar lucifers kijkt krijgt het al een taakstraf van Halt. Menig keer ben ik thuisgekomen met een nat pootje of stinkend naar rook. Opmerkelijk genoeg worden we daar nooit op aangesproken. Wat een ouders! We zijn vrij. Hebben nog geen GPS track bij ons waarmee pa en ma ons in de gaten houden. Er wordt nog niet op ons gepast door opa’s en oma’s.

In de schaarse foto’s van onze familie is er één foto van mijn broer Nico en het landje. Hij staat in zijn keurige, te korte, gebreide trui en broek op hoog water voor het landje. Op de achtergrond zijn de resten van de kassen die naar Sloten verhuisden nog te zien .
Vele steden in de groei hadden landjes. Het landje is dan ook  inspiratie bron voor veel fotografen om de zo specifieke voor die tijd zwart wit foto’s te maken. Schrijvers als J.J. Voskuil (Onder andere) en Nicolaas Matsier (Gesloten huis) schrijven er mooie verhalen over.
Het is mijn ideale speeltuin: het landje, mijn landje.

Advertenties

40 Jaar later

20170202_162122
20 juni 1975

Je verschijnt februari 1975 voor het eerst in beeld. In mijn dagboek lees ik dat je me schijnbaar leuk vond maar nadeel is dat we elkaar maar één keer in het half jaar zien bij de tandarts. Ja, tandartsassistente. En is het daar niet altijd lente?
Op 29 mei is er een vluchtig contact als ik je zie zitten in de auto van je zus die weer vriendin is met mijn zus. “Zij zag er patent uit en zij heeft ook mij gezien en ik was ook wel in optimale vorm. Ik hoop dat ze op mij verliefd wordt en dat ik haar nog eens mag ontmoeten want het was wel de moeite waard hoor!” Bescheidenheid siert de mens denk ik zo.

Dan komt de versnelling. Samen met vriend Henk neem ik op 13 juni een stoer besluit na een avond mislukte vrouwenjacht. Ik ga C bellen voor een avondje uit. Zaterdag wacht ik tot pa en ma boodschappen doen en bel.
‘Hallo met Gerard Hoogers’
‘…’
‘Heb je zin om uit te gaan vanavond?’
‘…’
‘Mooi dan kom ik je om 9 uur ophalen.’
‘…’
Geen overbodige woorden en in- of uitleidingen. Het is ons kortste telefoongesprek.

Op mijn oude Gazelle van Oom Nico koers ik van Oud naar Nieuw-West. Met jou op de bagagedrager vervolgens weer naar het Leidseplein. Het is een uitgaanscentrum zonder vrijgezellenparty’s en buitenlandse toeristen. Amsterdams voor Amsterdammers. De koffie pakken we in Américain. We drinken wat in de Bamboo Bar en verhuizen daarna naar mijn stamkroeg L&B, List en bedrog, in de Korte Leidsedwarsstraat. Mijn vaste stamgasten laten me gelukkig met rust. Ik ben op jacht dus niet storen.

Als we terug lopen naar de fiets kijk ik opzij. Lang, nog langer door de slanke Jan Jansen klompen. Naveltrui en broek met wijde pijpen. Rib jas en hoofddoekje als haarband in de lange haren. Ik ben diep onder de indruk. Verdomme deze is het. Het beeld staat nog in mijn hersenpan gegrift.
Het regent en we besluiten een taxi te pakken. Tijdens de rit volg ik angstvalling de meter. Haal ik het met mijn geld? Ja, we halen het en nemen vluchtig afscheid. Op de weg terug vraag ik de chauffeur te stoppen bij Cinema West. Mijn geld is op. Op wolken loop ik het laatste stuk naar huis. Thuisgekomen zet ik me achter mijn bureau en houd mijn dagboek bij. Ik ben verliefd tot over mijn oren schrijf ik ’s nachts om 1.15 en diezelfde zondagmiddag nogmaals.

Het tempo wordt opgevoerd. Dinsdag een belletje om vrijdag een bioscoopje te pakken. Die vrijdag de eerste kussen. De zaterdag dring ik binnen op de verloving van broer Henk en  zondag brengen we samen door in Nibbixwoud. Op de achterbank van mijn zwagers auto kussen we de reis naar Nibbixwoud vol. Er volgt een lange reeks afspraken in die warme zomer van 1975. We lopen op wolkjes en zien elkaar bijna elke dag. Rod Stewart zingt ‘sailing’ en in de kroeg zingt Minnie Riperton.

20170202_162156
Terug uit Spanje, September 1975

De periode wordt wreed onderbroken door drie weken vakantie die je eerder had geboekt. Tussen de regels spreek ik bezorgdheid uit over de reis naar de Spaanse kust en al die mannen daar. In augustus sluit ik mijn dagboek. Om het 40 jaar later weer open te slaan. Als je gelukkig bent heb je geen tijd om te schrijven. In de “Spaanse periode” ontvang ik 2 brieven en een kaart. Hoeveel ik zelf schreef weet ik niet maar het zal wel veel zijn geweest. Ik kende geen beperkingen. Ajax verloor terwijl C in een flat zat met Feijenoorders lees ik. Verder natuurlijk veel liefs en kusjes voor de “mop”. Op 21 september ’s nachts 1.30 op een regenachtig plein in Nieuw-West vraag ik je ten huwelijk. We laten er geen gras over groeien 3 maanden en 7 dagen na de eerste ontmoeting. Ik start het examenjaar van de HTS. 10 December 1976  trouwen we voor de wet en op 11 februari 1977 voor de kerk.

40 Jaar later tik ik een blog. We zijn twee kinderen, twee schoondochters,  vijf huizen en acht auto’s verder. Je bent niet meer weg geweest. Zaterdag vieren we dat tussen vrienden uit 40 jaar.