Kansloos?

20181120_134527 (2)
Vuildump in Ardennen

De boswachters van Staatsbosbeheer worden niet alleen bedreigt door grazersfanaten maar ook omdat de bossen een dumpplaats zijn geworden van rommel. Soms zelfs levensgevaarlijke chemicaliën. De blikjes en flesjes, of ballonnen, zijn we al gewend. Maar soms zijn het bankstellen, asbest, slooppuin en zoals hier, vuilniszakken. Vuilnis wordt in NL en België opgehaald aan huis. Toch zijn er zieke geesten die vuilnis in hun auto laden, in de auto stappen en het op een stille plek dumpen. Als gevolg zwemmen vissen met een flinke lading huisvuil in hun maag rond en torsen ook vogels het mee. Als straf eet de mens via vis ook plastic.
Al dat geld wat voor het opruimen wordt gebruikt komt niet ten goede aan natuuronderhoud of -uitbreiding. Nu is het in  het “beschaafde” westen, nog te overzien. Maar in sommige landen als Indonesië, India en China is de natuur gewoon dumpplaats. Voeren rivieren het (huis)vuil af naar de oceanen. We zijn kansloos verloren als dit doorgaat. Dit komt nooit meer goed als we nú niet stoppen.

Advertenties

Leven versus de dood

20170321_114427_1490452552943
Begraafplaats in Mortohan
20170321_114756_1490452552240
Omarming

Het is een prachtig kleine begraafplaats in Mortohan, Ardennen. Aan de Semois gelegen, na de kerk links de Rue de la Semois in. Een straatje van 40 meter. Daar zag ik dit tafereel. Het leven omvat de dood. Dat kan alleen maar als je de zaak op zijn beloop laat. De zerken zijn plus minus 150 jaar oud. De tijd die de boom waarschijnlijk nodig had de steen deels te omvatten. Het gebeurde in alle rust zonder geweld in die 150 jaar, beetje voor beetje. Zoals alleen de natuur dat maar kan. Leven versus de dood.

Overal sijpelt water

water water water
water water water

Overal sijpelt water. Van de bladeren aan de bomen en op de bladeren die de aarde bedekken met hun gouden laag. Maar ook in beekjes door het bos en langs de diepe sporen in de paden. Een paddenstoel valt om als ik er naar kijk. Mijn schoen zuigt zich vast in  dikke natte klei. Een wolk van motregen nadert snel en maakt alles om me heen tijdelijk grijs. Hij is ook zo weer weg. Het moet sompig ruiken. Zo herinner ik me dat van vroeger (sinds enige jaren ruik ik helaas niet meer).
De laatste bladeren rukken zich van de bomen, zwaar van hun waterlast. Vogels ritselen er tussendoor. Ik zie de blauwe flits van een ijsvogel. Het zijn de Ardennen zoals ik ze al jaren ken. Maar iedere keer weer voel ik me hier thuis.

 

 

De inspiratie voor de eerste zin heb ik natuurlijk van Lucebert.
overal zanikt bagger
zwachtelend rond de reuzelaarzen
waarin ik mijn tijd beklim (…)