De laatste rit van de Kreidler

Je moet maar gek zijn. Verkering op afstand. Alhoewel B mij later volledig overtreft. Maar ja, straalverliefd op de bruine ogen. Anneke heet ze. Zo stapel als ik ben op haar, zo moeizaam gaat ze om met mij. En ja hoor binnen 6 weken was iets uit wat nauwelijks was begonnen. Na een avond aan de tafel van pa en ma in Aalsmeer krijg ik de bons.  Kudt, en dat na 6 weken!

De Kreidler staat klaar. Ik heb hem een jaar niet gebruikt. Maar iedere keer op de fiets is ook te veel van het goede. Hij is saai beige. Maar met mijn gebrekkige kennis wel “deskundig” opgevoerd. Een grote uitlaat en tandwiel voor, een grote sproeier en wat vijlen aan de poorten en vlakken van de kop. Hij komt traag op gang maar als hij loopt dan gaat het goed, 90 km haal ik dan. Echt waar! Razend rijd ik terug. G$%^&^%$!, de grote vakantie begint en ik heb geen vriendin. Voor het Olympisch Stadion gaat het mis. Ik kom lekker hard van de brug over het Zuider Amstelkanaal. Ik rem af en gooi hem deskundig in de bocht. Pang, achterremkabel kapot! Ik rijd recht op het bushokje aan. In wanhoop gooi ik hem in zijn eerste versnelling. Slechts een doffe knal tussen mijn benen en wat gereutel van tandwielen. Het bushokje is al dichterbij. Maar ik heb geluk. Er zit een auto tussen mijn brommer en het bushokje die ik vakkundig van voor tot achter openhaal. Het is een groene auto. Er zit nog steeds een stukje groene lak in mijn pink. Ik sla tegen het asfalt. In de ziekwagen word ik afgevoerd naar de VU. Ik kom er goed vanaf. Pink verbrijzeld en wat schrammen. Natuurlijk geen helm op. Die is nog niet verplicht. Een week later teken ik op het politiebureau op de Overtoom de afstandsverklaring van mijn Kreidler. Hij is total loss. Mijn 13e brommerongeluk is ook meteen het laatste. Maar ja, wat heb ik een geluk.

Anneke komt nog een keer langs die eenzame vakantie in 73. Ik krijg een boek. Weet niet meer welk. Het werd een doodsaaie lange zomer. In mijn dagboek lees ik dat ik erg begaan was met mezelf.
Dan ontvang ik in april 1974 een brief van haar. Ze wil een 2e poging. Beppie uit Arnhem, opgeduikeld op het carnaval in Nijmegen, moet er aan geloven als ik een nieuwe poging waag. Ik serveer haar laf af met een brief. De opening van het antwoord is helder: ‘Gerard bedankt voor je leuke brief je had het beter afgelopen weekend kunnen bespreken met mij, want dan had ik me kunnen verdedigen er blijft nl niet veel goeds over van mij’. Maar boontje komt om zijn loontje. Enkele weken later krijg ik voor de tweede keer de bons. Op de weg terug naar huis krijg ik aan de rand van Amstelveen een lekke fietsband. Het is een warme avond en als ik langs de cafés loop staan de mensen buiten een pils te drinken. Geen geld bij me. Ik vloek binnensmonds maar ben wel veilig thuisgekomen.

Advertenties

We gaan door

20170824_210733
Een zwoele Spaanse avond

De zon is onder en de nacht daalt over ons. Het prachtige uitzicht wordt een vaag silhouet. Voor ons staat een lege fles Carolus en Duvel. Een zwoel windje strijkt langs onze benen. We zijn uitgepraat, weer op de hoogte na 6 dagen. Het zijn indrukwekkende cijfers. 33 Jaar komen we bij elkaar. Al weer voor de 77 keer. Dat er een in Spanje is gaan wonen is geen beletsel. We zijn er al weer voor de 7e keer. Lliber is ons Spaanse thuiskomen geworden. We hebben veel meegemaakt. Mooie dingen maar ook hele trieste. We startten ooit met zes en nu zijn er vier over. We delen onze gedachten, mening, zorg en trots. Doen spelletjes maken een wandeling en lunchen en dineren. Politiek zijn we het niet eens. We drinken een glas, eten in prachtige eettentjes in de dorpen en bergen om ons heen. De spelletjes zijn gestopt. We hebben na 33 een winnaar benoemd. We gaan door, hopelijk nog heel lang.

De klassenfoto

20170714_113830_1500025205137_LI
De 6e klas Augustinusschool voorjaar 1964

Het is mijn enige klassenfoto. 53 Jaar geleden werd er nog niet gezeurd over grote klassen. Met 43 man, meisjes zitten op de zustersschool naast ons, sterk staan we rond broeder Rosario gegroepeerd. Er zijn geen juffen (behalve die engerd van muziek). Slechts broeders en meesters. Ik ken de namen niet meer behalve mijn vriend Ino Kuik en Hans Vergeer die naast mij staan. Er staat één allochtoon tussen. Of er afwezigen zijn betwijfel ik. Het is ondenkbaar dat je thuis bent voor een feestdag. Alleen ziekte is reden voor verzuim. Dat is dan wel een mooie tijd. Als je ziek bent is er geen school maar een “bedje op de bank”. Moeders is gewoon thuis om je te verwennen en verzorgen. Niets geen BSO, oma’s of opvangouders.
Het is in de zesde klas (nu groep acht).
Ik ben geen sterke leerling. Blijf zitten in de derde klas en extra onderwijs voor mijn achilleshiel: Nederlands. Dus broeder Rosario heeft niet zo veel op met Gerard. Tijdens de les verdwijn ik voor een groot deel naar de speciale klas waar de zwakke broeders door Broeder Alardus, met moderne lesmethoden, worden bijgespijkerd. Een broeder die ik nog lang op de hoogte houd van mijn voortgang in het onderwijsland. Hij heeft wél aandacht voor de leerling. We worden wel gerekruteerd voor het missie werk. Eens per

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Krantenluik

jaar ga ik op pad om de katholieke missiekalender te slijten. Verder verzamel ik driftig oud papier, melkdoppen en postzegels voor de missie. In de tweede helft van het laatste schooljaar beland ik rechts in de klas. Daar zitten de ‘losers’ die naar de LTS gaan. Links zitten de slimme jongens die gaan doorleren. De linkerkant krijgt extra les, voornamelijk Frans. De LTSérs mogen dan gymnastieken. Meestal kastiebal. Gelukkig ben ik een witte raaf en kan ik het rijtje afmaken. Via de L naar M naar HTS en later mijn master. Mijn Nederlands wordt beter dankzij mijn keuze voor het ambtenaarschap. En dat is in den beginne vooral veel schrijven.
20170714_113848_1500025184893In de klas heerst ijzeren tucht. We zitten in drie rijen van twee naast elkaar. We schrijven met een kroontjespen. Behalve bij broeder Alardus, die heeft al echte Bic balpoints. We onderscheiden ons door onze pennelap en vloeiblad. Aan het begin van elk schooljaar worden de eerste dagen gebruikt om de boeken te kaften. Broeder Rosario zit op een verhoging. De meest uitgedeelde straf is nablijven na 4 uur. Het is een  gestructureerde tijd. Zonder rimpelingen en onder gestaag verloop van de tijd.