De oase aan de Postjeskade

Kraken. Ben ik activist of loop ik achter medeactievoerster Liesbeth aan waar ik in stilte stapelverliefd op ben? We leven in 1975 en ik ben actief in buurthuis de Tulp, Amsterdam West. De verkeerswerkgroep maakt prachtige herindelingen van autoluwe straten die de gemeente nooit zal realiseren. De auto is nog steeds heilig ondanks de acties in die tijd van Amsterdam autovrij.  Mijn a.s. schoonvader , hoofdagent bij de politie, barst in woede uit als hij hoort dat ik Amsterdam autovrij aanhang. En dus liggend op de grond met vele anderen kruisingen blokkeer.
De voormalige kolenopslag aan de Baarsjesweg hoek Postjeskade is ook een doorn in het oog. Een gevaarlijk diepe kelder vol met water. Een gebied waar niemand wat aan had. Kraken de zooi en dempen die putten. Het terrein moet naar de kinderen.


We beginnen de waterput te dempen en gaan voor een speelplaats voor kinderen. De hele zaterdag rijden we kruiwagens vol zand de kuil in. We halen de kranten. Maar er gebeurd helemaal niets. Een plons,  blub blub en weg was het zand. Duidelijk was na een  dag scheppen en rijden dat de kuil nooit met handwerk zal worden gedempt. Gelukkig wist men een bulldozer te regelen.  Dankzij een illegale collecte langs de deuren in de buurt. En met de fanfare voorop gaan we voor de tweede keer op naar het terrein. Uiteindelijk is de kuil dicht en omgetoverd in een gevaarlijk drijfzand. Maar na een tijdje is het water weg en wordt het een speelplaats.

Ruim 40 jaar later loop ik nog eens door mijn oude buurt. Een massief aartslelijk gebouw is er neergezet. In een sluipdoor paadje blijkt de speelplaats een parkeer terrein geworden. Teleurstelling alom.  Maar dan toch een opsteker. Iets verderop blijkt  er echter een stukje omgetoverd tot luisterrijke binnentuin. Mooi ook te zien op Google maps. Niet voor de bewoners schat ik zo in maar voor de kantoorbewoners. Maar er is gelukkig nog iets overgebleven van onze actie. Ik ben de enige die ochtend in dat kleine stukje natuur in de stad. Het had zin.

Advertenties

Een grove misdaad

F101942138Het is 1960, klas twee (nu groep 4) van de lagere school. Bij het rapport kan ik een “beloningskaart” voor gedrag en vlijt krijgen. Er zijn drie kleuren; een groene kaart rood of goud. Voor elke goede daad of goed opletmoment krijg ik plastic muntjes. Ik heb voldoende gespaard voor een gouden kaart. Dat wordt mooi thuiskomen met de vakantie.
Ik bega een misdaad waar ik me nu niets meer van kan herinneren. Meester Kerstens roept mij naar voren en ik moet mijn doosje muntjes inleveren. Ruim 40 paar ogen in de klas priemen in mijn rug. Dan gooit hij al mijn muntjes in zijn voorraaddoos. Mijn gouden kaart is verdwenen in zijn bak. Het is mijn straf en ik durf het thuis niet te vertellen. Ik haal nog net genoeg muntjes de dagen/weken na mijn halsmisdaad voor een groene kaart. Mijn ouders zijn teleurgesteld. Groen Gerard?
Ja groen.

De drumband

De bel gaat. Het is een jongen van Nuon. Hij wil me stroom aansmeren. Ik heb net een contract van 3 jaar afgesloten bij een concurrent. Hij wil weten of ik goed heb vergeleken en wat ik betaal. Even goede vrienden maar ik wimpel hem af. Dat gaat hem niets aan. Ik doe zelden mee aan het contract gehop.
Het is die dag het enige belletje. Meestal is het doodstil op ons plein. Eerder beschreef ik hoe het gros van de buren achter dichte gordijnen of rolluiken zich hebben verschanst voor de buitenwereld. Hoogstens komt nog de postbode. Als uitgewerkten zijn we in feite een soort hulppostkantoor voor onze kooplustige buren op internet.

Nee dan vroeger. Toen kwam alles naar je toe. De bakker, melkboer, aardappelman, voddeman, olieman, kledenklopservice, groenteman, visboer, de scharensliep, de kolenboer, het straatleven was een en al dynamiek. Rond elke thuisbrengservice zat een sociaal samenzijn. En als het echt feest was kwam er een volkszanger door de straat. Mijn ouders gooiden dan een muntstuk uit het raam in zijn pet. Ik vrees dat als hij nu zou komen hij zou worden gearresteerd door de wijkagent. Alhoewel ik die nog nooit heb gezien.
Het meest mis ik de drumband. Liefst voorop gegaan door een aantal majorettes die hun stokken meters hoog in de lucht gooiden. In de 40 jaar dat ik in Zoetermeer woon heb ik nooit meer een drumband door de straat zien marcheren. Drumbands bestaan ze eigenlijk nog wel? Zo ja, mensen ga weer eens marcheren. Zonder evenementen vergunning. Door de straten. Ik sluit aan.