Een grove misdaad

F101942138Het is 1960, klas twee (nu groep 4) van de lagere school. Bij het rapport kan ik een “beloningskaart” voor gedrag en vlijt krijgen. Er zijn drie kleuren; een groene kaart rood of goud. Voor elke goede daad of goed opletmoment krijg ik plastic muntjes. Ik heb voldoende gespaard voor een gouden kaart. Dat wordt mooi thuiskomen met de vakantie.
Ik bega een misdaad waar ik me nu niets meer van kan herinneren. Meester Kerstens roept mij naar voren en ik moet mijn doosje muntjes inleveren. Ruim 40 paar ogen in de klas priemen in mijn rug. Dan gooit hij al mijn muntjes in zijn voorraaddoos. Mijn gouden kaart is verdwenen in zijn bak. Het is mijn straf en ik durf het thuis niet te vertellen. Ik haal nog net genoeg muntjes de dagen/weken na mijn halsmisdaad voor een groene kaart. Mijn ouders zijn teleurgesteld. Groen Gerard?
Ja groen.

Advertenties

De drumband

De bel gaat. Het is een jongen van Nuon. Hij wil me stroom aansmeren. Ik heb net een contract van 3 jaar afgesloten bij een concurrent. Hij wil weten of ik goed heb vergeleken en wat ik betaal. Even goede vrienden maar ik wimpel hem af. Dat gaat hem niets aan. Ik doe zelden mee aan het contract gehop.
Het is die dag het enige belletje. Meestal is het doodstil op ons plein. Eerder beschreef ik hoe het gros van de buren achter dichte gordijnen of rolluiken zich hebben verschanst voor de buitenwereld. Hoogstens komt nog de postbode. Als uitgewerkten zijn we in feite een soort hulppostkantoor voor onze kooplustige buren op internet.

Nee dan vroeger. Toen kwam alles naar je toe. De bakker, melkboer, aardappelman, voddeman, olieman, kledenklopservice, groenteman, visboer, de scharensliep, de kolenboer, het straatleven was een en al dynamiek. Rond elke thuisbrengservice zat een sociaal samenzijn. En als het echt feest was kwam er een volkszanger door de straat. Mijn ouders gooiden dan een muntstuk uit het raam in zijn pet. Ik vrees dat als hij nu zou komen hij zou worden gearresteerd door de wijkagent. Alhoewel ik die nog nooit heb gezien.
Het meest mis ik de drumband. Liefst voorop gegaan door een aantal majorettes die hun stokken meters hoog in de lucht gooiden. In de 40 jaar dat ik in Zoetermeer woon heb ik nooit meer een drumband door de straat zien marcheren. Drumbands bestaan ze eigenlijk nog wel? Zo ja, mensen ga weer eens marcheren. Zonder evenementen vergunning. Door de straten. Ik sluit aan.

Een stille held

20180505_133027
Kruis van verdienste door Prins Bernard

Ik heb me niet gemengd in de discussie rond dodenherdenking. Verschrikkelijk was die. Ik moest daarentegen meer dan ooit denken aan mijn oom Nico, een verzetsheld. Inmiddels al weer bijna 40 jaar dood. Hij ligt begraven op de begraafplaats van het klooster van de paters van de H.Familie in Kaatsheuvel. Zijn medailles liggen op de zolder bij mijn broer met nog wat persoonlijke spullen. Veel had hij niet.
Oom Nico wilde missionaris worden, uitgezonden naar Chili. Zou het toeval zijn dat Bram later studeerde in Chili besef ik ineens als ik in wat stukken duik. Hij kreeg echter TBC waardoor hij voor uitzending werd uitgesloten.

20180505_133107
25 jaar

Oom Nico ging tijdens de WOII in het verzet. Vanuit Tilburg smokkelde hij Franse en Engelse piloten en Joden over de grens. Of hielp Joden aan een onderduik adres. Hij hielp mijn vader, zijn broer, door met een vals Ausweis voedsel Amsterdam binnen te smokkelen. En hij schijnt betrokken te zijn geweest bij de overval van bureau bevolking in Tilburg. Bij het vervoer van een radio werd hij gearresteerd. Oom Nico belande via Utrecht, Haaren in kamp Siegburg. Daar moest hij onder erbarmelijke omstandigheden graven delven. Over wat hij deed zweeg hij ook als het graf. Niet alleen tijdens, maar ook na de oorlog kwam er tegen wie dan ook, zelfs zijn eigen broer, geen woord over zijn lippen wat hij had gedaan en meegemaakt. Zelfs niet later toen hij last bleek te hebben van PTSS en hij vreemde dingen deed. In het kamp liep hij de tyfus op en uiteindelijk werd hij binnengebracht in Maastricht na de bevrijding.

20180505_132958
Familiefotograaf

Met feestdagen kwam hij logeren. Wij keken er naar uit. Hij nam altijd cadeautjes mee en snoep. Daarnaast maakte hij foto’s van ons. Het fotoarchief van onze familie past in 1,5 plakboek. Zonder oom Nico had het in een half plakboek gekund.
Later kruisten we de degens over linkse en rechtse thema’s. Hij, die niets moest hebben met de communisten, en ik die links was en tegen de Amerikanen. De discussies eindigden vaak met ruzie. De communisten moesten allemaal maar de zee in lopen. Hij werd steeds strenger in het katholiek geloof en probeerde mijn vader die niet zo fanatiek kerkelijk was te “bekeren”. Zijn blaadje de ‘Katholieke Stemmen’ werd door mijn vader in ontvangst genomen maar ik heb hem nooit er één letter in zien lezen. Het zal duidelijk zijn dat de discussies over abortus tussen hem en ons (mijn broer, zus en ik) ook vruchteloos waren.
Toch was het een fijne man. En zo bedacht ik vorige week, een held die veel mensen heeft geholpen en nooit iets terugverlangde. Zijn hele leven sleet hij als leek in het klooster. Toen hij begreep dat het missionarisschap niet mogelijk was hoefde het paterschap niet meer.
Oom Nico leeft voort in onze familie. Mijn broer heet zo en ons jongste zoon draag als derde naam ook de naam Nico. Oom Nico is onze familietrots. En wat had ik graag met de wijsheid van nu over die oorlog van toen willen praten. Zijn verhalen willen aanhoren. Maar hij zou gezwegen hebben net zo als mijn eigen ouders. De oorlog daar praat je niet over. God zij dank doen we dit nu wel en gedenken we al die gewone mannen en vrouwen die verder gingen waar andere terugstapten. Bedankt oom Nico, ik blijf je herdenken.