Een zware weg

IMG_20191009_154721
Catharina Clasina Ravesloot 1944

Ik heb al meer dan 500 blogs gepubliceerd over alles en nog wat maar nooit heb ik iets geschreven over mijn moeder. Niet eerlijk dus!

Het begint in Ankeveen. Als Annie, waar mijn vader verkering mee had, sterft aan TBC blijft hij dichtbij. Hij richt zijn pijlen op haar zus To, wat lukt.
Ziekte is echter ook het lot van haar leven, chronische longontsteking en later reuma. Mijn zus en ik worden jaren bij familie ondergebracht omdat ze bedlegerig is en mijn vader de bakkerij moet bestieren. Er wordt haar levenslang een snelle dood voorspeld maar ze leeft toch 7,5 jaar langer dan mijn vader die slechts 65 jaar werd. Een ijzeren wil om te leven, dat heeft ze.

Ze is de klassieke moeder: ze creëert de sfeer, doet alleen niet van harte het huishouden maar is er altijd. Zorgzaam, maar ook niet begrijpend hoe om te gaan met jaren 60 pubers. Maar ook gemakkelijk. Zelden krijg ik op mijn donder als ik weer de hele dag op het landje heb gebivakkeerd en smerig thuiskom. We genieten opperste vrijheid en vertrouwen en slechts het geloof is soms een splijtzwam. Ze wordt langzaam depressiever en strenger in haar (rk) geloof.
Ze is een pechvogel. Net op het moment dat een beetje (AOW) geld beschikbaar is en ze voor het eerst een echte vakantie in het buitenland, Duitsland Winterberg, beleven overlijdt mijn vader. De jaren die volgen tot haar dood zijn eenzame jaren. Wat we als kinderen ook doen, we nemen de eenzaamheid niet weg. Ze komt er niet overheen. Wat blijft is een hang naar zelfstandigheid, nieuws-nieuwsgierigheid en liefde voor echte koekjes en snoepjes. Niet zo gek, want als vrouw van een bakker ga je ook alleen naar een echte bakker.

Haar, bleek later, min of meer zelfgekozen dood gaat snel. Het is mijn beurt in de telefooncirkel. Dagelijks bellen we of bezoeken we haar. Ik krijg geen gehoor. Ik bel mijn zus maar daar is ze niet. Ik spoed mij naar Amsterdam en tref haar liggend in de WC aan, gevallen. Ze heeft een tweetal ribben gebroken en de wc pot is aan diggelen. Ik til haar op bed en was haar want ze heeft daar waarschijnlijk de hele dag gelegen. Het is die avond de enige keer in mijn leven dat ik mijn moeder naakt zie. Via de huisarts wordt een tijdelijke plek geregeld in een verzorgingstehuis. Daar begint de neergang. De angst dat wij haar opsluiten in een bejaardenhuis en ze nooit meer terug kan naar haar eigen huis kunnen wij niet wegnemen. Na enkele weken op een kamer van drie oudjes knapt er iets, zakt ze verder weg en belandt in het ziekenhuis. De eerste vrijdag dat we daar op bezoek komen hebben C en ik goed nieuws. C is inmiddels zeven maanden zwanger en trots laten we een eerste fotootje van de scan zien. Het antwoord is minder blij. Toen C zei dat ze nog even moest wachten antwoordt ze “zonder mij wordt het kind ook wel groot en straks ziet niemand mij meer”.
In het ziekenhuis gaat ze snel achteruit. De priester wordt besteld voor de laatste ziekenzalving. Samen met mijn broer en schoonzus beleven we dit bijzondere moment dat ze vlijmscherp en tevreden ondergaat. “Vergeet dit nooit kinderen” krijgen we mee. Diezelfde nacht overlijdt ze rustig in gezelschap van mijn zus en schoonzus.

In haar toilettas treft mijn zus alle medicijnen van de laatste dagen aan. De kracht om te leven was weggeslagen, het vermeende verlies van haar vrijheid woog te zwaar. Ze heeft de handdoek in de ring geworpen. In een soort laatste wil staan de wensen voor de uitvaart. Het restant van haar schamele spaarcentjes is voor de kleinkinderen. En daar is het verzoek om ook na haar dood voor haar te bidden. Ik bid niet meer dus dat is er schromelijk bij in geschoten. Maar vergeten ben ik haar nooit.
Ze wordt begraven vlak naast mijn vader. Heel veel later toen ik met K het graf wilde bezoeken blijkt het al te zijn opgedoekt. Het Kaaps viooltje hebben we bij het kruis op begraafplaats Barbara achtergelaten.
K was terecht erg boos op mij.

De great reset

We rommelen de winter in en de pandemie uit. Twijfels zijn er nog. Geven we wel of niet een hand of een, twee of drie kussen? Corona is min of meer ontdaan van zijn scherpe kantjes die ouderen in duizenden lieten verdwijnen in de IC’s. Dankzij en niet ondanks de vaccinaties zoals rivaliserende groepen elkaar in zinloze discussies proberen te overtuigen.
In een volle trein voel ik me nog niet op gemak omdat zoals altijd veel passagiers het vertikken zich aan de regels te houden. En vluchten we naar de auto dan belanden we weer in de pre-pandemie files. Wel of niet dat concert in een volle zaal? Alles is weer bijna als vroeger. Niets geen lessen geleerd. Andere crisissen zijn Corona weer gepasseerd zoals de energie transitie, stikstof, de schuldenberg, de politiek etc. etc.

Soms word ik er een beetje weemoedig bij. Verlang ik terug naar de lock downs. die rust en overzicht gaven, ons onthaastte en het veilige huis gaven. De ‘great reset’ waar ik in mijn blog op 30 maart 2020 op hoopte is er niet gekomen. We rommelen weer gewoon door.
Just that.

De piepjes van Boels

Rond mijn huis heb ik binnen een straal van één kilometer drie autowasserijen, twee mac vreetschuren en drie van deze bouwuitleenspullenjongens. Alles is te huur want bezit is duur. Schijnbaar niet voor de eigenaren van deze verhuurbedrijven. Want ze staan er elke dag te roesten. Zelden zijn ze allemaal in de verhuur. Het is de zwanenzang van de altijd maar doorgaande consumptie, gebruikt of niet. Er zal wel een private equity investeerder of bank achter zitten die dit financiert met het helikoptergeld uit Brussel en een gokje waagt met de jongens. Die jongens gaan uit verveling soms spelen met de spulletjes. Ze verplaatsen de apparatuur wat willekeurig. Dat wordt hier de “piepjes van Boels” genoemd. Soms heel vroeg als er eentje wordt opgehaald. Wij sluiten dan maar de patiodeur. Maar het kan toch anders?

Kom mannen wees eens creatief. Maak je dagje nietsdoen nuttig en componeer een mooi ballet voor deze elektrische tijgers. Hebben we er tenminste iets aan. Zet Zoetermeer eens cultureel op de kaart.